DoorzettersPerformer

ROTTERDAM OP PAPIER-

#Manifest 010 ondertekening in #Bird door PVDA, GroenLinks, Nida en de Socialistische Partij

ROTTERDAM OP PAPIER
WAAR ROTTERDAMMERS IN HET ECHT VERBONDEN ZIJN

Welkom allen, alleen of toch samen. Ieder zo zijn of haar eigen beweegredenen om hier te geraken. Om uit te kijken naar, mee te werken met, tegen te spreken op, of om juiste te dwingen vanuit een ander verbond te laten bestaan.

Wie ik ben – Ik ben de middelste van vijf, vier in Rotterdam geboren, zusters. Mijn oudste zus is Raadsvrouw bij de gemeente Rotterdam afgestudeerd aan het Erasmus in de richting van rechten. Mijn een na oudste zus een bewoner van een Pameijer instelling van de verslavingszorg met een HAVO diploma. Ikzelf ben een overlever van een beroerte en longembolie, ben na 35 jaar schrijver geworden na het werken bij de verschillende bedrijven die Rotterdam rijk was. Mijn vierde zuster, werd een tienermoeder en is inmiddels weer in verwachting van haar vijfde. Woonachtig in een Centrum voor Dienstverlening. Mijn jongste zusje een geslaagde vrolijke meid met een licht autistische beperking. Opgedaan nadat een zuster mijn moeder een verkeerde injectie gaf en zij bij 6 en een half maand weeën kreeg en mijn zusje te vroeg geboren werd.

Geboren in 1978 op de Schermlaan 24 vanuit de kade van mijn moeders baren als dochter nummer 3, in het Van Dam ziekenhuis begonnen. 33 verhuizingen en evenveel baantjes later belandt in de huismanstraat op nummer 3. Het is goed te weten waar ik leef en wat ik beleef. Hoe ik opgroeide zonder godsdienst in de stad en hoe de stad mij bij-stuurde en aan-stuurde. Hoe ik samen met mijn zusters in de straten van Rotterdam een broederschap ben aangegaan met het leven hier. Dat leven welke in beginne meer ongemakken met zich meedroeg dan dat het een veilige landingsbaan was. Bij elke vlucht werden mijn vleugels korter gewiekt. Maar mijn ogen keken een horizon verder.

Ik heb geleefd, gewerkt, gegeven en geleden in deze stad. Ik vulde mijn eigen kennis aan verbonden aan- en opgemaakt hier. Een paar meters verder waar ik als tiener mijn eerste sigaret opstak. Maar overal waar ik kwam waren de straten verbonden. Netjes aangelijnd aan elkaar. Alles soepel en strakker ingericht. Van postcode naar postcode van kamer naar een huis terug en weer terug naar een kamer. Ik stroomde langs de Maas met al mijn ongemakken mee. Stak over via de brug en kon via de maastunnel weer terug. Ik bewoog mezelf om overal waar ik belandde mijn dienst te doen. Mijn eigen inzet te tonen om te zien wat de waarde van mij nog waard was om terug te geven- in deze stad. Deze stad die mij soepel bewegen liet om te komen waar ik moest zijn. Altijd in opbouw was ik, gelijk de stad, altijd werkende aan mijn eigen funderingen, gelijk de stad gaf ik al mijn bloed, zweet en tranen. Ik leverde in, ik offerde op. Ik hoorde van mensen dat er nog ruimte over was om in te geven daar vulde ik waar nodig aan.

Als jongere werd ik vrijwilliger bij een jongerenorganisatie. Daar kwam ik hoe ironisch ook als herder in een buurthuis terecht waar ik op de zondagen open huis mocht spelen om, die jongeren die vanaf een bepaalde leeftijd uit hun buurten werden gekeken, een andere deur voor ze te openen en als Rotterdammers in hun eigen stad te verwelkomen. Het was wat om in de wijk waar je geboren was later als een crime te worden bestempeld en weggejaagd. Ze zagen niet langer de waarde in van deze kinderen. Hoe bizar. De toekomst van Rotterdam werd hun in pubertijd al ontnomen.

En ik, degene die vanuit huis ook al geen waarde meekreeg, maakte in mijn vrije tijd een huis voor hun. Mijn vergoeding was 25 gulden per maand. En ik stak er meer in dan ik zelf nam, nooit hebben we geklaagd. Het werk werd gedaan. De straten werden strakker, de metro’s nieuwer. De trams vervangen. De metro bracht ons nu verder en dichterbij onze doelen. Maar op papier, op papier werd het leven van en in Rotterdam ineens ongemakkelijk. We mochten op papier steeds minder maar in levende lijve bleven die vrijwillige strijders net zo krachtig. Ongeacht de regels, voorwaarden, verbonden en geheime clausules, de nieuwe wetten die ontstonden en de ontbonden zorgbelofte.

Rotterdammers bleven voor elkaar opboksen. Hoe meer verdeeldheid er op papier van ons gemaakt had, lappen wij in het echt die richtlijnen aan onze regenlaarzen. We bleven ook in de regenbuien omkijken naar elkaar. We bleven ‘ons eigen’ en deelden en verdeelde ‘ons eigen’ met de rest die -niets had. En ondanks dat worden mantelzorgers in de kou gezet. Ondanks dat worden jonge ouder met kinderen in de crèche totaal uitgeperst. En krijgen alleenstaande zonder kinderen de afrekening voor het volle pond.

Maar desondanks bieden wij Rotterdammers onze eigen hulp aan. En ondertussen terwijl we wachten op coalitievormingen zijn wij de enigen die het recht neemt om met ruggengraat recht te staan om onze buren, die te zwak ter been zijn, bij te staan. Onderwijl worden er referendums georganiseerd en belastingcenten uitgegeven, zodat er ‘misschien’ een keer naar het volk geluisterd kan worden- luisteren wij wel naar elkaar. Zijn het uiteindelijk onze handen die de bakstenen op hun plaats houden zodat iedereen in Rotterdam haar of zijn weg kan bepalen. We zijn elkaars gelijken hier, alleen op papier leeft het anders. Maken wij het beleid uit? Of doen wij gewoon wat er gedaan moet worden. In de kleine lettertjes worden wij vergiftigd door de raddraai en het raamwerk voor onze ogen.

Tegenwoordig voldoet niemand meer aan de voorwaarden om geholpen te worden en is elke extra hulpvraag volgens de wet overbodig. En zeker niet als je terecht bent gekomen in de verkeerde postcode. Hoe moet Rotterdam zich in het echt een waardige voelen? Wanneer je verkeerd woont of de verkeerde namen draagt. Wanneer er op papier en aan de cijfertjes pas gekeken kan worden naar wie je bent en wat je doet. Maar Rotterdam leert ons af op papier om elkaar nog in de ogen te kijken. Om te vragen hoe het met ons gaat. Dat je dan nog zeggen kunt ik ben een Rotterdammer en ik wil wel wat hulp graag.
Op papier en in theorie kan iedereen geholpen worden. In de werkelijkheid ontstaan er putdeksels, scheuren en gaten in de leidingen die opstoppingen veroorzaken en wachtlijsten vol maakt. Alsof we de adem die we vandaag nodig hebben tot morgen kunnen bewaren.
Er is geen pendelbus om in te zetten als het om uitval in de zorg gaat. Maar als het om zorg gaat, staat er altijd wel een welwillende Rotterdammer op die die zorg draagt. En zich bezorgd maakt. Zoals ikzelf in mijn tijden van ongemak en leed de zorg overnam van een mantelzorger die in coma was geraakt en niemand op papier had ingezien dat degene om wie het ging, thuis achtergelaten, op een rollator met een halflege zuurstoffles….Wat als die tank was opgeraakt? Of was ook haar leven al niks meer waard?

Om op papier dingen vast te leggen is een admin taak. Maar kijk soms ook naar het leven zelf, waar al die regels en wetten voor worden opgemaakt en dat het leven zelf allereerst om compassie en zorg vraagt. En ik nu ook weer ben opgestaan voor een hulpbehoevende tiener die van haar pad was geraakt, een die om op te groeien een moeder nodig had en ik binnen 24 uur haar in mijn huis opnam, terwijl ik zelf de dreiging geniet en binnenkort zelf mijn huis kwijt raak. Hoe ironisch ook bij mij kon ze terecht. Zonder voorwaarden en clausules, zonder beperkingen en afbetalingen en meer gedoe. Ik deed gewoon wat er gedaan moest worden en hielp jeugdzorg Rotterdam een handje vooruit.

Terwijl niemand mij een hand uitsteekt en het straks niemand boeit waar ik voor opkwam noch wat ik deed. In het echt ben ik alleraardigst maar op papier ben ik hier niets waard dus. Ik zag namelijk in dat zij een deel van de toekomst bezit die Rotterdam straks rijk is. Kunt u dat met zijn allen? Kijken naar wie wij zijn en wat de stad van Rotterdam, over onze ruggen heen omhoog getrokken, nu werkelijk waard is? Kunt u kijken naar wat wij doen en wat wij nodig hebben in plaats van onze tijd te verspillen met jullie politieke verdeeldheden die alleen verwijten en dan wegkijken van elkaar. Rotterdam is 1 geheel, met ons allen erin.

En jullie hebben maar 1 taak; om ons allen bijeen, gezond en welvarender te maken. Dit is de Rotterdamse zorgvraag, meer compassie ja meer van dat graag.Jullie hebben maar 1 taak; luister naar wat we nodig hebben en laat dat bos staan. Kijk niet naar de verschillen die jullie op papier en in de media hebben opgetekend en ga in hemelsnaam een strakker verbond aan zoals wij Rotterdammers nog allemaal in verbinding staan. Jullie hebben maar 1 taak; ga aan het werk en doe desnoods ons na. En werk zoals de stad dit doet, samen, vol compassie, voor elkaar en met elkaar. De Rotterdammers hebben hun deel al gedaan en reeds ook ingeleverd op andere vlakken. We voelen nu nog steeds alle ongemakken. Jullie beslissingen gevens ons littekens, jullie besluit gunt ons tranen. Op papier, is het zo moeilijk om als zussen nog samen te komen en ergens samen te gaan. Onze kinderen dartelen voorzichtig in verdeeldheid over onze strakker aangelijnde straten. Wachtend op hun Rotterdams lot, want aan de hand van jullie werk wordt het duidelijk wat op papier de restwaarde is van hun bestaan.

En jullie hebben maar 1 taak, ik heb mijn deel volmaakt.

Neusa Gomes
Rotterdam 14 februari 2018