Wie ik ben werkt voor hen.

Hoge cijfers voor de strenge juf!

Ik geef her en der les op scholen, verzorg dan workshops voor een van mijn opdrachtgevers. Ik doe het voor de kinderen, voor de lessen die ik ze kan leren en voor alle extra aandacht die ik ze kan geven. Vanuit mijn positie is dat best veel binnen het korte tijdsbestek welke ik ingeroosterd krijg om voor hun voor de klas te staan.  Nee, ik ben geen reguliere HBO afgestudeerde lerares of docente. Heb misschien geen PHD maar ik weet hoe ik de kinderen moet lezen. Heb geen doctoraal maar sta met zekerheid voor de klas klaar om ze in twee uur tijd mee te geven wat ik in een hele leven heb moeten leren. De PABO kent mij ook niet bij naam noch van mijn werk. Maar ik werk, ik sta voor de klas en ik geef les en het werkt.

Iedere les, sta ik klaar voor de deur, om ze een hand te reiken. Ze te verwelkomen. Vertel ze hardop dat ik het tof vind dat ze er zijn. Ik geef ze een schouderklopje terwijl ze de klas binnen lopen. Ze lopen als winnaars bij mij de klas in.

Ik zie ze, ik kijk ze aan.

Ik vraag ze naar hun naam en stel mijzelf voor. Ik schrijf hun namen op en spiek af en toe om ze niet met ‘hé’ of ‘jij daar’ te hoeven aanspreken. Ik geef ze allemaal de beurt op het beantwoorden van mijn vragen. Ik geef leerlingen die het antwoord weten de kans om de vragen van hun medestudenten te beantwoorden. Ik stuur op stilte en leg uit dat iedere leerling die teveel aandacht vergt van de leraar, tijd weg steelt bij de andere leerlingen. Ik heb 2 regels in mijn klas. Dat als ik spreek, de klas stil genoeg is om mij te horen. En 2 als ik met een leerling spreek, de rest stil genoeg is om ons te kunnen horen. ‘We laten geen les aan ons voorbij gaan als die voorbij komt’ Waar beter dan bij een vraag en antwoord?

Ik doe voor mijn doen niets bijzonders maar doe wel mijn best om bijzonder voor hun te zijn. Dat mijn manier van lesgeven werkt, ben ik ook gaan leren. Maar ik heb het geaccepteerd. De kinderen in de klas hebben mij geaccepteerd. Simpelweg omdat ik ze durf te laten zien wie ik ben. Wat mijn pad was en hoe ik daar terecht ben gekomen. Waarom ik ervoor heb gekozen om docente te zijn. Zij weten het, snappen het en voelen dat ik gewoon een van hun ben. Alleen dit dan wat later en wat ouder. Maar mijn achtergrond is hetzelfde. Mijn keuzes waren veelal hetzelfde.

En men keert de rug niet naar hetgeen hij kent.

Daarom word er geleerd en begrepen. Alleen maar omdat de leerlingen zelf ervoor hebben gekozen dat muurtje om zich heen van zich af te breken om mij toe te laten. Het heeft aan het einde van de dag niets te maken met hoeveel diploma’s je hebt. Maar gaat het er gewoon om hoe hard je hart klopt voor jouw zielbesteding en of dat je er echt helemaal in zit puur en alleen om te helpen. Om te luisteren, om te zien dat zij er zijn. Als je ze eenmaal echt ziet, dan gaan hun deuren en alle magie daarin voor je open. Maar eis dat respect niet op en bedenk,

de wereld heeft zich ook nooit zo laten vangen, omdat ze gemaakt was voor ons allen

Mijn naam ‘Diasporae’

 

Een vulling voor dit levenshoudend lichaam mijn ziel ontsprongen aan de dans van slavernij. Een land zonder naam en plaats maar zwevend op de aarde. Losgerukt van mijn voorgangers en de funderingen die zij gemaakt hadden. Niet wetend dat de leer die mij zou aandoen werkelijk niets met mij te maken had.

 Geschiedenissen verdrongen en gekielhaald over water. Verdund met het voorbij gaan van het tij. Teruggeschreven in andere kleuren, andere coördinaten, andere namen en vreemde tradities.  Geen van hen leek op mij.

Nu zag ik wie ik werkelijk niet kon zijn maar desondanks aangeleerd om hun overwinningen te begrijpen zelfs te adoreren. En om al wat verteld werd aan te grijpen als waarheid en te vermenigvuldigen met mij. Ik kwam nooit op quitte uit. Met de informatie gegeven kon ik simpelweg niet leven ik kwam mijn eigen aard niet tegen.

Ik had niets aan de geschiedenislessen, wetenschappers en archeologen. De Godsdienstige geloven die met geen woord repte over moeder aarde Yemaha of Oshun. Ik hun namen de mijne gemaakt in de tijd van voor en na de indoctrinatie.

In leven lang moeten wachten tot het tij daar was. Dat ik ongezien kon kruipen in de kruimels. De laatste beetjes en stukjes, net niet vermorzeld.

Het traceren van een weg naar huis is niet gemakkelijk. Nooit geweest. Het is dan ook nooit echt de bedoeling geweest dat ik ooit zou herkennen en leren kennen wat de bedoeling was van mijn zijn.

Thuis waar mijn ouders bijeen kwamen. De gedachtegoed over zeeën achter gelaten. Daar lag een pijn die niet over land noch water mee te voeren was. Deze zou zelfs als aangetekende post niet aankomen.

Niemand stond er klaar om een krabbeltje te zetten onder ‘Dit zijn wij…’. We leerde Afrika niet spellen. Dat Continent had lang geen betekenis meer. De rijkdom verjaagd met hongersnood, dood en verderf.

Alle tien de eilanden en geen één had er werk of wilde er geen werk meer van maken, moe van de strijd gevochten. Van slaven, gekoloniseerd naar oorlogen. Mijn vader droeg die herinnering niet graag bij.

Ik geboren in een vreemd land, het enige land wat ik kende. En zij herkent mij hier nog steeds niet in. En Gaya is ons nu nog steeds kwijt. Moeder aarde kwam zonder helende handen en deed meer kwaad dan toen. Er werden geen geheimen en oude wijsheden in mijn oor gefluisterd.

Alles wat tot dan toe was overgedragen van voorvaderen ging verloren. Totdat ik ze begon te herkennen die woorden die de kern droegen van mij. Ik begon ze zelf in te fluisteren als zijnde het zaadjes waren die geplant in de grond, wortels uitgeschoten en mijn boomtop richting boven. Om te horen wat zij vertelden, restjes daarvan hingen los in de wind.

Mijn boomtakken ving ze op en maakte een print in mijn bladeren. Mijn boom werd boek en ik haar schrijver. Ik weet nu wat dit betekend. Nu wetende dat ook mijn zijn er zijn mag. Als onderdeel van deze aarde

Neusa